Kijk, daar is het

Job Degenaar, reflectie
Het is nacht. Iedereen is naar huis: er wordt geen rijst meer geoogst noch andere agrarische arbeid op het veld verricht. En dan komt de sterrenhemel door, weerspiegeld in het water van de verstilde rijstvelden.

Bij het lezen van Izens openingshaiku dacht ik aan een haiku-achtig vers van mij, met vergelijkbare strekking:

Een kalme open nacht
in de sloot beroert een kevertje
de sterren op zijn weg*

De toestand in deze haiku van Izen, † 1770, is statisch. Bij mijn vers komt er een levend wezen voorbij dat de sterren ‘aandoet’, daarmee contact heeft met het heelal en lichte beroering brengt.

Zonlicht in het fjord

Foto: Job Degenaar

Bij de openingshaiku van de grote dichter Taniguchi Buson, 1715-1783, het tweede uitgangspunt van Buschmans monorenga, is de nacht nog verder gevorderd; het dorp is in ruste, maar het water blijft hoorbaar.

In de eerste monorenga komen frambozen voor, maar het is de vraag of daarmee wat gedaan wordt. Voor de persoon die in rechte letters schrijft (de a-partner) hoeft dat niet: ‘wat er meer aan toe te voegen?’ De a-partner is, net als in de monorenga 2, berustender dan de cursieve schrijver (de b-partner), die ongeduriger is. De a-partner is ‘een elders’ (prachtig geformuleerd) altijd op zoek naar een hogere bron en passend in weidse panorama’s.

De b-partner observeert meer op de korte golf en is gecultiveerder: hij ziet duiven, een kerk, een ommuurde stadswijk. De laatste regel van de eerste renga blijft cryptisch: Er vliegt iets over. Maar dan: wat zijn die ‘sterren van me?’ Een sterrenbeeld? Naast hem zijn er eveneens sterren: dat zou kunnen als hij bijvoorbeeld op een bergtop zit, maar het kunnen eveneens in water weerspiegelde sterren zijn.

Kijk daar is het - reflectie van Job Degenaar

Foto: Job Degenaar – Slaveneiland Gorée, nabij Dakar, Senegal

Voor de a-partner zijn ervaringen en verlangens overal eender, in stad en gehucht, en hij accepteert dit. Voor deze observerende a-partner is het stille moment na een windvlaag een voorbeeld van ‘het niets’ en ook hij kiest soms liever voor de zee en de geur van cactusbloemen:

Als een brahmaan aan dit bestaan
nog klevend keert hij naar het dal
en wijst omhoog: kijk, daar is het**

De b-partner blijft jong en onbesuisd; zijn jeugdig elan is ‘verduurzaamd’. Hij kan het leven nog niet accepteren zoals het is, ervaart intussen wel dat taal iets in hem ‘opent’. Zijn inzicht rijpt aan het eind als hij ervaart dat de essentie zit in het ‘opgaan in hoe water ruist’ (vergelijk de haiku van Gochiku, monorenga 2), wat ook de b-partner ten slotte dichter bij het einddoel van ons allen brengt: opgaan in het al.

* Fragment uit: Handkussen van de tijd, Job Degenaar, uitg. Liverse, 2012
** Fragment uit: Vluchtgegevens, Job Degenaar, uitg. Liverse, 2011

 

Vorige monorenga: Persoon en Personage – Simon Buschman          Volgende monorenga: Achter prikkeldraad – Simon Buschman