Kikker en kikvors

Frits Vos, 1918-2000, geliefd Japanoloog, hield ooit een schitterende voordracht over de kikkers en het adeldom kikvorsen. Hij maakte dat onderscheid, zij het ironisch; Frits was een groot senryu-kenner. In zijn achtertuin had hij een waterput waarin zowel kikkers als kikvorsen leefden: ‘ze wisten heel netjes met elkaar om te gaan – zoals het heurt’:

in de waterput
leven ze hun leventje –
dicht in elkaars buurt

Hij maakte ook een opmerking over gezegdes en spreekwoorden, vooral over hun kwaken:

gaat er één kwaken,
binnen de kortste keren
heb je één groot koor

In het Basho-kikkervers (1682 of 1686)* gaat het echter om ‘geluid van water’. Basho wilde op zijn wijze de essentie van dat geluid (blijkbaar nog niet voldoende gebeurd) benadrukken. Vandaar dat de derde regel ook vertaald wordt met: water wordt hoorbaar = geluid dat (voor ons) te hóren is.

Mikami Kakyu, 1649-1692, een tijdgenoot van Basho, varieert op dat geluid door te zeggen dat kikkers blijkbaar van dat watergeluid houden: daarom springen ze graag in het water, omwille van dat geluid.

na de plons van één
springen ze met z’n alle –
zo zijn die kikkers

Een andere, tevens prachtige invalshoek. Taigu Ryokan, sensitief, excentriek Zenpriester, 1759-1831, vervolgde hier weer op met:

een nieuwe vijver –
een kikvors springt erin:
een doodse stilte …

Ofwel, er kan zoveel omgevingsgeluid zoals onweer of een storm zijn, dat het ‘plonsgeluid’ niet gehoord wordt. Zie je de kikvors dán in het water springen, de kikkerplons vindt in dat overheersende geluid dan paradoxaal genoeg plaats als in ‘doodse stilte’.

* J. van Tooren vertaalt de wereldberoemde haiku van Matsuo Basho, 1644-1694, in Haiku – Een jonge maan, p. 63, als:

O, oude vijver!
een kikvors springt van de kant,
geluid van water.

Basho, naast grondvester van de haiku en een grootmeester in dit genre (evenals in de renga), schreef ook haibuns, vooral in de vorm van reisverslagen: De smalle weg naar het verre Noorden, Reisverslag van een verweerd skelet en De herfstwind dringt door merg en been. Hierna leefde hij tot aan zijn dood als een kluizenaar in een eenvoudige hut, mediterend en Zenteksten lezend, bestuderend.

 
 

Vorige vertelling: Het bundeltje          volgende vertelling: Zomaar. Bij schemer