Ongewis

Zie ik hoe de maan
schijnt op myriaden paden
van mensenverdriet,
dan weet ik: niet ik alleen
moet de herfst toebehoren.

Fujiwara no Okikaze, circa 900-950

geen licht ding is het
als mens te zijn geboren –
in naherfst levend

Kobayashi Issa, 1759-1831

Dialogen - Simon Buschman

Al gaan de golven
almaar rijzend en dalend
over de maan heen,
spiegelend in de herfstzee,
zijzelf blijft onveranderd.

Kiyowara no Fukayabu, circa 900-950

zij wordt gebroken,
keer op keer – toch blijft de maan
diep in het water

Choshu, 1853-1932

Dialogen - Simon Buschman

Addendum ongewis - foto zonsondergang

Foto: René Rhee

Simon Buschman

Innerlijke dialoog

een duif in duikvlucht –
dan die wiekslag, scherp zwenkend
tussen stammen door

direct ook: vroeger als kind
dat rennen voor je leven

* * *

totdat er wolken
voor de maan schuiven, staat zij
in een rietkraagplas

traag vult de luchtvergrijzing
heel het spiegeloppervlak

na lange uren
breekt met regens daglicht door –
voor hoelang, tot waar …

voortgekomen uit een niets
blijft dit-hier-zijn ongewis

* * *

tot zolang ademt
het leven met wat tijd heet*
in en rondom ons

ik ga naar zee, hoor de vloed,
volg het eb naar dood getij

* Het mysterie van de tijd, Carlo Rovelli, Prometheus, 2018

 

Vorige reflectie: Geen waartoe – Simon Buschman