In beweging

Erik Heijerman, reflectie

In het Ateneummuseum in Helsinki hangt een indrukwekkend schilderij van de Finse schilder Albert Edelfelt, ‘De begrafenis van een kind’ (1879). Op de open vlakte van een meer zien we, met op de achtergrond de eilanden en de scheren, een roeiboot met twee mannen, drie vrouwen en een meisje. Tussen hen in ligt een wat scheef liggende kleine kist, waarin kennelijk een dood kind wordt vervoerd. Onder het deksel van de kist komt een wit kanten boordje tevoorschijn, tegen de achterkant rust een houten kruis. Links zit een man met een hoedje aan het roer, voor hem een oudere vrouw in het zwart met een hoofddoek om en (vermoedelijk) een bijbel in haar hand, met daarnaast een wat jongere vrouw die over het water van ons wegkijkt, in donkerblauw en met een grote witte sjaal om. De moeder van het overleden kind?

Voor hen, zittend in dezelfde richting met de blik naar rechts, het meisje, haar intrieste ogen van ons af, naar beneden, op het water gericht. Aan de rechterzijde zitten een man met pet en een vrouw met een witte hoofddoek aan de roeispanen, met hun blikken naar de anderen gericht. Zo krijgt de kleine kist, die zich precies in het midden van het schilderij bevindt, de volle aandacht, wordt omarmd door deze verdrietige mensen. De kleuren van het schilderij zijn overwegend donkerblauw, blauwgrijs en wit, alleen het hout van de boot en de roeispanen is bruin. Zelfs de kist is blauw, alles straalt hevig verdriet uit. Des te opvallender is de gele bloem die het meisje in haar hand houdt, en straks misschien op de kist zal werpen als de kist in het graf staat. Het meest bijzonder is de uitdrukking op de gezichten. Edelfelt produceerde een schitterend schilderij met een grote mate van psychologisch realisme, op ieders gezicht is weer een ander verdriet te zien. De monden zijn gesloten, er wordt niet gesproken, de stilte drong zich als vanzelfsprekend op, alleen het geluid van de slag van de roeispanen en de stuwing van de boot door het water is hoorbaar.

De begrafenis cvan een kind - Edelfelt

Foto: Erik Heijerman

Ook in de tanbun ‘Hij deint erbij’ is sprake van de begrafenis van een kind. Maar nu geen verstild wateroppervlak maar een straat waarvan alle bewoners uitgelopen zijn om het kind te begraven. Alle peuters met hun vaders en moeders zijn er, de fanfare gaat voorop, clowns drentelen er omheen, zelfs een aapje doet mee. De zware stilte uit het noorden heeft plaats gemaakt voor een heel ander soort stilte, een stilte die wordt afgedwongen door het indrukwekkende van het moment, en nog eens geïntensiveerd wordt door de engelenmuziek die de organist op het carillon speelt. En tegenover die ene gele bloem staat nu een overvloed aan witte kransen, boeketten, ruikers en bloemen in de revers. De vader deint erbij als hij het zangkoor dirigeert en ook sommige moeders zouden willen zwieren. Dit alles heeft een soort lichtheid, alsof de mensen hun lot en de dood van het kind aanvaarden. Op de terugweg na de begrafenis dat dramatische moment: de stoet passeert de tragische plek van een ongeluk waarbij een 18-jarige jongen om het leven kwam. Beide gebeurtenissen zijn van een grote dramatiek, en het is niet uit te maken wat erger is, een peuter die sterft in de draagdoek op de rug van zijn moeder of een jongeman die uit de bocht vliegt.

In de tanbun ‘Weliswaar’ zien we het spiegelbeeld van het lot van de omgekomen jongen. Ook hier een 18-jarige, luisterend naar een vrouw wier man stuurman op de grote vaart is en, hoewel ver weg, naar haar verlangt, en wel hartstochtelijk ― voor haar een nieuw woord. In de Skype-gesprekken is hij onbereikbaar nabij, als in een droom waaruit je nooit meer wak-ker wilt worden, zo vat de tanka van Ono no Komachi prachtig samen. Zij vertelt hierover in de Zengroep, waar ze de tijd leert overbruggen dat haar man op zee is, en de jongen luistert, luistert alleen maar, geeft slechts met stille gebaren aan wat er in hemzelf gebeurt. De ervaring van de vrouw is voor hem een gemis: een vogellijf waaronder je schuilen kunt, de ervaring van nestwarmte, het besef dat er iemand hartstochtelijk naar je verlangt en van je kan houden. Daar kan hij nu naar op zoek gaan: hij wordt door de vrouw eindelijk tot leven gewekt.

De vader van Lorenzo deinde mee bij het dirigeren van het zangkoor, de 18-jarige jongen uit de Zengroep knikt ritmisch mee met de volle zinnen van de vrouw van de stuurman. Zo worden mensen in beweging gezet en klinkt in hen de hartslag van het leven.

 
 

Vorige vertelling: Hij deint erbij. Weliswaar.          volgende vertelling: Tankalyriek