Mijn plaats

Anke de Lange, reflectie 2

Het is deze maand waarin het zich zo prachtig laat zien: ‘de rek in de tijd’. Elke ochtend speel ik mijn spel daarmee. Ben ik eerder bij dat zelf gekozen ijkpunt langs de snelweg, of wint het licht? Ik word me gewaar van de nuances in het donker, de effecten van de wolken. Alles lijkt zonder licht, maar ik weet beter. En zag ik eerst pas dat eerste streepje lichte grijs aan de einder ná de oprit, nu, tien dagen later verschijnt het licht voordat ik de draai maak. Steeds opnieuw ervaar ik iets van opluchting en kinderlijke blijdschap om het steeds vroeger verschijnen van dat licht.

Licht en donker. Ze zijn in mijn bestaan van zo’n enorm grote betekenis. Zeer recent ontving ik bericht over de gezondheid van mijn ogen. Een bericht dat de toch al aanwezige dreiging van blindheid tijdelijk tot angstaanjagende proporties opstuwde. Wat als ik het licht in mijn ogen verlies? Nooit meer licht en kleur en vormen te kunnen zien. Nooit meer de vreugde te kunnen ervaren van alle pracht waar ik zo van kan genieten. Donker, dat angst en eenzaamheid met zich mee brengt.

Pas na een aantal dagen, wanneer de paniek langzaam maar zeker mijn lichaam verlaat, doet een inzicht mij beseffen dat het niet het licht buiten mij is dat zorgt voor de vreugde die ik steeds vaker kan ervaren. Ook zonder licht in mijn ogen, kan ik mijzelf van beelden, kleuren, vormen voorzien, zal nieuwe dingen ontdekken. De essentie van mijn ervaren leer ik niet alleen via mijn ogen kennen.

Donker, dat zo’n grote plaats heeft in de familie van moeders kant. Het donkere dat vat had op haar familieleden, op haar. De dreiging van het donker, niet alleen fysiek, maar ook mentaal die ik na haar dood heb ervaren. Als het haar kon opslokken, waarom dan niet ook mij? De strijd die zij streed lijkt vanuit menselijk perspectief tevergeefs. En toch: toen ik vorig jaar haar dood herdacht in de luwte van een struik in de natuur, tegen het vallen van een januari-avond, en ik voor haar een kaarslicht ontstak, besefte ik: ‘Ik hoef de duisternis niet in.’ Zij heeft immers als mijn moeder die taak reeds volbracht?

Zij heeft dat donkere in alle facetten, tot aan haar laatste adem, al doorleefd. Ik hoef dat niet meer. Ik mag kiezen voor het licht. En hoewel de relatie met haar verre van eenvoudig is geweest, kon ik het op dat moment, daar bij dat flakkerende licht, volledig ervaren als de ultieme daad van haar moederschap: het bieden van ruimte voor mij. Zij als mijn moeder in die generatie-na-generatie-durende – menselijke – keten van moeders.

Wellicht dat deze ingeving is ontstaan vanuit de behoefte betekenis te geven aan haar dood, doch ik ervaar sedertdien rust en zelfs iets van dankbaarheid die zich niet laat beredeneren en jaren geleden nog ondenkbaar leek. De werking van de tijd, ook hierin.

In de lijn van vrouwen en moeders die mij zijn voorgegaan neem ik mijn plaats in. Onderdeel van het grote geheel, maar mijn eigen weg vindend binnen dit systeem waar ik uit voortkom en tevens toe behoor. Vrij recent mocht ik deze vrouwen ‘ontmoeten’ in een sessie familieopstelling. En ook voor het eerst sinds ik me van hun bestaan en betekenis bewust ben, kon ik hen zien in wie zij waren. Vrouwen die ieder op hun eigen manier hun keuzes trachtten te maken tussen licht en donker; en dit leven tot zich namen.

Zoals zwaluwen die hun plek weten in hun zwerm en daarbinnen hun eigen ‘ding doen’, zo heb ik inmiddels vrede met mijn plaats in deze lijn die er onafwendbaar en ‘natuurlijk’ is. In de wetenschap dat ik mijn eigen ding mag doen. Kan doen. Het lijkt alsof deze erkenning van dit grotere geheel en mijn plek daarin eraan bijdragen dat ik eindelijk de werkelijke vrijheid ervaar mijn eigen weg te volgen. Mijn eigen weg, op mijn eigen manier. Nooit volledig onbekommerd, maar wel steeds meer in vrede met mijn bestaan. In vrede met mijzelf. Het is de tijd die daarin haar werk doet en mij het leven steeds rijker laat ervaren. Een bestaan waarin grootsheid zich openbaart in de ogenschijnlijk kleine dingen waarvan de ‘terloopsheid’ me verwondert en ik intuïtief weet dat ‘het’ klopt.

Er is dankbaarheid voor het feit dat ik daarin de werkelijke schoonheid en lichtheid kan en mag ervaren. Alsof er eindelijk ruimte is om het ingeboren wonder in mij te gaan leven.

 
 

Vorige reflectie: Het is er          volgende vertelling: Mijn zus